Vliegen

Het grote verschil tussen hardlopen en (snel)wandelen is, dat je tijdens het hardlopen ‘los komt’ van de grond. Er is – als het goed is – een moment waarop je met beide voeten in de lucht bent.

Hoe langer je ‘zweef-fase’, hoe grotere stappen je kan maken, terwijl je je voet nog onder je lichaamszwaartepunt plaatst. Wanneer je niet los komt van de grond, en je maakt een grote stap, dan landt je onvermijdelijk en loeihard op je hak, op een manier die we niet willen.

Om een grote stap te kunnen maken, wil je in de zweef-fase zoveel mogelijk horizontale beweging hebben, en zo min mogelijk verticale beweging. Je wil als het ware naar voren ‘vliegen’ en niet ‘omhoog’.

Dat kan door

Filmpje van de deskundige:

Loopscholing:

De belangrijkste oefeningen van deze les is kaatsen. Deze oefening zorgt voor:

In dit filmpje worden het kaatsen gedemonstreerd:

Ter inspiratie: